Vervolgens worden we aangesproken op ons gedrag: ‘doe niet zo druk’, ‘stel je niet aan’,‘beheers je’ en wordt de nadruk steeds meer gelegd op het leren en begrijpen. Gaandeweg passen we onze reacties aan aan wat er de omgeving van ons verlangt. We begrijpen de wereld om ons heen steeds beter, maar we verliezen de verbinding met onze innerlijke beleving.
    
Ons lichaam reageert nog wel altijd op wat we meemaken, alleen registreren we het niet meer bewust. De ervaringen krijgen innerlijk dus geen plek meer en blijven als een (spier)spanning opgeslagen in ons lichaam.
Deze opgeslagen ervaringen hebben, dus onbewust, invloed op de wijze waarop we in het leven staan. Door de spanning die het in ons lichaam teweeg brengt, door de minder spontane reactie die we ons hebben eigen gemaakt en door beïnvloeding van onze overtuigingen over de wereld om ons heen. Die oude ervaringen bepalen daarmee voor een groot deel hoe we die wereld tegemoet treden.

    
Ons lichaam is dus dé informatiebron om inzicht te krijgen waarom je de dingen doet zoals je ze doet, waarom je op een bepaalde manier reageert op situaties.
Als je eenmaal hebt ontdekt wat de oorzaak is, dan kan je kiezen voor een andere, voor jou meer adequate manier van reageren.

Hierdoor laat je de oude spanning los, krijg je meer binding met je authentieke zelf, reageer je vrijer en spontaner en voel je je krachtiger en vitaler.
Terug